MIXED HOCKEY CLUB ZUTPHEN
HISTORIE VAN DE BOEDELHOF (tot 2004 het onderkomen van MHC Zutphen)
Op oude landkaarten ziet men vaak landhuizen en havezaten vermeld. Een havezate is een ridderlijk goed waaraan publieke functies verbonden zijn. De Boedelhof is samen met de Dam lange tijd een van de belangrijkste havezates aan de noordkant van Zutphen. De Voorst wordt pas in 1697 groots aangepakt. De naam Boedelhof komt waarschijnlijk van de jongensnaam Boelof of Bodelof.

 

De Dam en de Boedelhof zijn aan het einde van de 14e eeuw in het bezit van Steven van Nettelhorst. Hij verkoopt in 1399 de Boedelhof aan de familie Van Yseren. Vandaar de naam "Van Yserenstraat" rechts van de Boedelhof. Zutphen was een Hanzestad, en dus lid van het Hanzeverbond tussen handelssteden in het oosten van wat nu Nederland is en in het noorden van wat nu Duitsland is. Zutphen behoort in die tijd tot het gebied van de Heren van Gelre. Er wordt door hen vaak oorlog gevoerd.

De familie Van Yseren bestond uit kooplieden. Kwam men in betere doen, dan bouwde men een steenhuis. Dat is een stenen huis met toren omgeven door een aarden wal of gracht.

 

In 1543 komt Gelre definitief bij de Nederlanden. Na de scheiding tussen Noord en Zuid Nederland, proberen de Spanjaarden hun recht te halen. Dan wordt ook de Boedelhof verwoest, waarschijnlijk gedeeltelijk. De familie Van Yseren is niet meer bij machte om het op te knappen verkoopt in 1602 het gebouw aan de familie Van der Capellen. Er wordt opnieuw gebouwd, maar waarschijnlijk niet precies op dezelfde plaats, want de familie Van Yseren blijft nog een gedeelte bewonen. De familie Van der Capellen was ook in de handel en nadat het haar beter ging, vestigde zij zich in Zutphen. De leden ervan vervulden in Zutphen menige bestuursfunctie. Gerlach van der Capellen had zitting in de Ridderschap , maar hij wilde ook voor zijn tweede zoon een plaats in de Ridderschap. Daarom kocht hij de Boedelhof. Deze zoon, Alexander, studeerde in Leiden rechten en Arabisch en reisde veel. Na jarenlange correspondentie (bewaard gebleven) wordt de Boedelhof als havezate erkend. De ridderschap vond het maar matig, want de familie Van der Capellen was niet van adel en had ook geen functies in het leger gehad. Vanaf 1638, als de bouw klaar is, bewoont Alexander met zijn vrouw de Boedelhof. Via zijn vrouw bezit hij ook Aertsbergen (bij Dordrecht) en Mervelt (bij Groenlo). Hij was veel op slot Aertsbergen en is daar ook begraven.

 

Zijn tweede zoon Frederik krijgt de Boedelhof. Tijdens diens bewoning veroveren de Fransen in het rampjaar 1672 Zutphen. De Boedelhof wordt gevorderd. De Franse Koning Lodewijk XIV vordert het Hof in Dieren (verblijf van de Oranjes) en voor zijn broer, de hertog Van Orleans de Boedelhof. Op de Boedelhof wordt dan in 1672 de capitulatie van Zutphen getekend.

De bezetting duurt twee jaar. De zoon van Frederik verfraait de Boedelhof weer: o.a. met een schelpenfontein zoals in de tuin van kasteel Roozendaal. In deze tijd wordt het bouwhuis - de huidige Boedelhof - gebouwd. Zijn zoon koopt ook de Dam. Zo zijn de huizen weer in handen van één familie.

De bezittingen van de Van de Capellens bestaan dan uit vele huizen en stukken grond in Eefde. Zoon Frederik verbouwt de Boedelhof weer en maakt er een waar lustoord van, waar veel familieleden graag komen (zie boek van Hella Haasse Het geheim van Appeltern ). Hij was getrouwd met Anna Margaretha Elisabeth baronesse Van Lynden d'Aspremont. In 1747 wordt ook het bouwhuis vernieuwd (het huidige gebouw).

Zijn zoon Alexander was de laatste bewoner van de Boedelhof. Zoals zoveel van de Van der Capellens had hij grote sympathie voor de patriotten. Toch probeert Willem V hem op andere gedachte te brengen en komt bij hem op de Boedelhof een beleefdheidsbezoek brengen. Na zijn dood in 1798 probeert de familie de Dam te verkopen. Dit lukt niet en uiteindelijk gaat men pas over tot de verkoop van de Boedelhof in 1807.

 

Na een aantal malen te zijn doorverkocht, komt het in 1821 in bezit van gravin Van Bentinck, eigenaresse van De Voorst. Zij heeft alleen belangstelling voor de grond. Daar men over gebouwen belasting moet betalen, liet zij de havezate afbreken. Helaas!! Alleen het bouwhuis liet men staan. Over dit bouwhuis moest zij in 1832 fl. 32,- per jaar belasting betalen. In 1846 wordt de Boedelhof geveild. In 1880 vinden we een advertentie, dat de Boedelhof te huur is: bouwhuis, vier kamers, veranda, keuken, meidenkamer, schuurtje en tuin (waarschijnlijk is dit alleen het voorhuis). In 1881 (29 maart) is het opnieuw te huur, maar nu met kelder voor fl. 300,-- per jaar. In 1922 wordt de Boedelhof verkocht. Het voorhuis wordt als herenhuis verhuurd. Het achterhuis wordt meestal bewoond door degene die het land bewerkt.

 

In 1938 wordt de Boedelhof gekocht door de familie Van de Wall Bake. Deze stelt het gebouw ter beschikking aan de Zutphense hockeyclub. In het begin van de Tweede Wereldoorlog wonen in het voorhuis onderduikers, joden en mensen uit het Westen die op verhaal moesten komen. Aan het einde van de oorlog wordt het gevorderd door de Duitsers. Bij het bombardement van de Eefdese sluis viel ook een bom op de velden.

 

In 1962 wordt de Boedelhof voor een symbolisch bedrag (fl. 65.000,-) eigendom van de Zutphense hockeyclub.

 

Rondgang langs de Boedelhof

De omschrijving van het monument de Boedelhof luidt: Hoeve (ca. 1750) met dwars woonhuis onder hoog schilddak met hoekschoorsteen en windwijzer. De deel is aan de achterzijde verlengd. In het voorhuis zijn Empireramen.

 

Als U voor het gebouw staat, ziet U links en rechts van de voordeur de Empireramen. Let ook even op het dak, zijn mooie vorm met schoorsteen en windwijzer. Aan de rechterzijgevel het wapen van de familie Van der Capellen en boven de deeldeur het wapen van de familie Van Lynden d'Aspremont. Het stuk van deeldeur en het direct daarnaast gelegen stuk van het achterhuis zijn de oudste stukken. Goed te zien aan de kleine onregelmatige bakstenen.

In de gang zijn nog vier bogen zichtbaar. Vroeger kon men daar de paarden en koetsen neerzetten. Boven zijn de oude eiken dakspanten nog genummerd en met houten pennen verankerd. De gracht rond het geheel is gedempt. Als men goed zou zoeken, zou men de wellen, die zich op het terrein moeten bevinden, nog kunnen vinden. Restanten hiervan zijn ook gevonden tijdens een archeologisch onderzoek dat is verricht in 2001. Rond 1920 stond aan het begin van de weg nog het mooie smeedijzeren hek. Helaas is dit verdwenen. De hoekschoorsteen moest in 1991 afgebroken worden vanwege instortingsgevaar.

 

Deze geschiedenis van de Boedelhof werd geschreven door Clementine Wintraecken - van Banning, speciaal ten behoeve van de Monumentendag in 1994.

En is daarna een beetje bewerkt.